Blog voor leerkrachten in het basisonderwijs | Faqta

Waarom evidence-informed werken zo lastig is | Faqta

Geschreven door Jochen Schoofs | 23 februari 2026

Je leest een artikel over close reading, hoort een podcast over het Masterplan Basisvaardigheden of volgt op social media een discussie over de effectiviteit van EDI. Als leerkrachten streven we er allemaal naar om ons onderwijs zo goed mogelijk in te richten. Maar het kan heel lastig zijn om dat wetenschappelijk onderbouwd en effectief te doen. Hoe maak je voor jouw onderwijs keuzes die écht hout snijden? Je moet ook gewoon je lessen voorbereiden terwijl ondertussen een groot deel van je tijd opgaat aan randzaken als administratie. 

Suzanne Batenburg is methodeontwikkelaar bij Faqta, onderwijswetenschapper en oud-leerkracht. Voor haar thesis deed ze onderzoek naar wat de beperkende factoren zijn wanneer scholen en leerkrachten evidence-informed werken willen invoeren om hun onderwijs te verbeteren. "Ik merkte dat leerkrachten van nature enorm gedreven zijn om het beste voor hun leerlingen te doen," vertelt ze. “Ze zouden wel meer evidence-informed willen werken, maar geven ook aan dat het niet makkelijk is.”

Scholen willen wel evidence-informed werken, maar ‘kunnen’ niet

Suzanne heeft als leerkracht de klas van binnenuit leren kennen, maar bekeek het basisonderwijs ook door een wetenschappelijke bril tijdens haar studies pedagogische- en onderwijswetenschappen. Voor haar thesis onderzocht ze waarom de stap van wetenschappelijk bewijs naar de praktijk in de klas zo uitdagend is. In theorie lijkt het zo eenvoudig: je zoekt uit wat volgens de wetenschap bewezen effectief is en past dat toe in de klas. Door leerkrachten te interviewen werd duidelijk waarom dat makkelijker gezegd dan gedaan is:  

Het is onduidelijk wat evidence-informed werken precies inhoudt
Leerkrachten hebben te weinig tijd of krijgen de ruimte niet
Er zijn niet voldoende of de juiste middelen aanwezig om evidence-informed te werken

“Een leerkracht vertelde me bijvoorbeeld dat die weleens een artikel las en dat dan probeerde toe te passen in de klas.” Maar bij evidence-informed werken gaat het ook om onderzoeken wat werkt in de praktijk. Je gaat op zoek naar de overlap tussen kennis uit onderzoek, kennis uit de praktijk en wat vervolgens werkt in de context van de situatie in jouw klas.

Ook geven leerkrachten regelmatig aan dat ze niet over de juiste middelen beschikken. “Eigenlijk zouden wetenschappelijke artikelen over onderwijs altijd gratis beschikbaar moeten zijn voor scholen”, vindt Suzanne. “Daar wordt vanuit de overheid te weinig geld voor vrijgemaakt.” Al zijn er wel projecten zoals voordeleraar.nl om dit te verbeteren, dan nog moet je als leerkracht wel over de vaardigheden beschikken om de vertaling van theorie naar praktijk te maken. Om dat te bereiken zou er op de PABO al meer aandacht kunnen worden besteed aan het lezen en leren analyseren van wetenschappelijk onderzoek.

Want wat is evidence-informed werken nu écht?

Vaak wordt gedacht dat 'evidence-informed' betekent dat je overneemt wat volgens de wetenschap bewezen is. Suzanne legt uit dat het een dynamisch samenspel is tussen drie cruciale bronnen zoals je in het diagram kunt zien.

  1. Wetenschappelijke kennis: Wat zegt de wetenschap over de effectiviteit van een didactiek of aanpak?
  2. Professionele expertise: Jouw ervaring als expert voor de klas.
  3. De context van de school, de klas en de leerling: Wat heeft deze specifieke populatie of deze individuele leerling nodig?

Evidence-informed werken is het combineren van wat werkt volgens ervaring uit de praktijk én de wetenschap, vertaald naar de context van jouw situatie.

Scholen gaan noodgedwongen op zoek naar snelle oplossingen

Gebrek aan tijd is een terugkerend probleem op scholen. Volgens Suzanne gaat het daarbij niet alleen om de tijd die leerkrachten kwijt zijn aan lessen voorbereiden of administratie. Het onderwijs is een rijdende trein waar voortdurend nieuwe leerlingen instappen. Dan wordt er, zeer paradoxaal, gekozen voor oplossingen die in ieder geval snel een verbetering opleveren of wordt er aan een bepaald onderdeel gewoon maar meer aandacht gegeven. “Een school heeft dan niet de tijd om heel nauwkeurig onderzoek te doen naar de meest effectieve oplossing.” Er worden pleisters geplakt terwijl de wond blijft.

Als het gaat om didactiek, kun je niet cherry picken

De verantwoordelijkheid voor beter en effectiever onderwijs kan niet alleen bij de scholen gelegd worden. Educatieve uitgevers spelen hun eigen rol daarin. Zij moeten als eerste de vertaalslag maken van wetenschappelijke inzichten naar een methode en vervolgens de praktijk.

Het was precies deze visie die Suzanne naar Faqta bracht waar ontwikkelen op een wetenschappelijke basis geen holle frase is. Zelf werkt ze voornamelijk aan de nieuwe methode voor taal en lezen. “Van thematisch werken en LIST is gewoon bewezen dat het werkt”, zegt Suzanne. Maar dan moet het wel goed en volledig in een methode verwerkt worden en dat gebeurt niet altijd. “Een van de grootste uitdagingen is om alle aspecten van een didactiek toe te passen. Als je kiest voor een bepaalde aanpak, moet je die ook in zijn geheel implementeren. Je kunt niet gaan cherry picken.”

Niet alleen in de methodes zelf komt het voor dat een didactiek maar deels wordt uitgevoerd. Ook leerkrachten maken zich er soms schuldig aan. “Wegens tijdgebrek slaan ze bijvoorbeeld een close reading-sessie over. Maar als je bij close reading niet alle drie de leessessies inzet, mist het zijn doel.” 

Daar ligt misschien de grootste verantwoordelijkheid voor uitgevers. “In een handleiding moet je niet alleen uitleggen wat er gedaan moet worden in een les, maar ook waarom. Zo ondersteun je leerkrachten niet alleen bij het lesgeven zelf, maar help je hen ook bij het effectiever maken van de lessen.”