Blog

PISA 2025: Het leesprobleem is groter dan de school, en dat is ook een opluchting

 Onlangs gingen de resultaten van het PISA-rapport weer overal rond. Belangrijkste conclusie: veel Nederlandse leerlingen kunnen niet lezen op het niveau dat nodig is. Dat is geen nieuw gegeven, helaas. Interessanter is vooral wat er onder die conclusie ligt. De cijfers vertellen een genuanceerder verhaal dan de koppen suggereren. En in dat verhaal wordt niet alleen naar de klas gewezen.

Leesvaardigheid_Blog_1920x1280

Wat is er aan de hand met leesvaardigheid

Tussen 2003 en 2015 bleef de leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarigen vrijwel gelijk. Pas daarna zette een duidelijke daling in. In 2025 is die trend doorgezet. Het verschil tussen meisjes en jongens is dit keer opnieuw groter geworden dan het al was. Maar hoe erg is dat nu? Op dit moment haalt bijna 40% van de leerlingen niet het niveau dat nodig is om zich goed te redden in het vervolgonderwijs en later in de maatschappij. Zo erg is het nu.

Wie de berichtgeving over het PISA-rapport een beetje gevolgd heeft, zal het zijn opgevallen dat dit laatste cijfer precies is waar de meeste berichtgeving op is blijven steken. Terecht, het is dan ook een serieus probleem. Maar het zegt nog niets over waar het vandaan komt, en juist daar wordt het interessant.

Schiet het onderwijsbeleid tekort? 

Het is verleidelijk om nu te concluderen dat het beleid van de afgelopen jaren, zoals het Masterplan Basisvaardigheden, niet werkt. Dat ging namelijk in 2022 van start. Interventies in het onderwijs hebben tijd nodig voordat ze doordringen tot de klas. Het duurt nog langer voordat je het effect terugziet in grote onderzoeken. Dat de daling in 2025 nog altijd niet is gestopt, zegt dus nog niets over of deze aanpak werkt. Het laat wel zien dat er veel werk aan de winkel is en dat we in ieder geval moeten kijken naar wat echt werkt.

Het gaat over meer dan school of lesmethodes

PISA meet niet wat leerlingen op school leren. Het meet, volgens het onderzoek zelf, in hoeverre leerlingen voorbereid zijn om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Dat verschil is belangrijk. Te vaak wordt immers de verantwoordelijkheid voor dergelijke resultaten exclusief bij de uitvoering van het onderwijs gelegd. Dat is niet eerlijk. Hier ligt een gezamenlijke taak voor iedereen die betrokken is bij onze leerlingen en het onderwijs, van ouders tot overheid.

Het rapport laat dat ook in de cijfers zien. Het opleidingsniveau van de ouders hangt duidelijk samen met de score, al hangt de eigen onderwijsloopbaan van de leerling daar nog sterker mee samen. Leerlingen met hoogopgeleide ouders scoren voor leesvaardigheid gemiddeld 477 punten, leerlingen met laagopgeleide ouders 389. Ook de taal die thuis wordt gesproken maakt een groot verschil. Die samenhang wil niet zeggen dat een leerling gedoemd is door de achtergrond van de ouders. Het laat wel zien dat school slechts een factor is naast al die andere: ouders, overheid, methodemakers, bibliotheken en natuurlijk de leerlingen zelf.

Ook de uitvoering van het onderzoek zelf wijst in die richting. Er deden dit jaar te weinig Nederlandse scholen mee om aan de internationale eisen te voldoen. Hierdoor moest extra aangetoond worden dat dit de betrouwbaarheid niet aantastte. De vraag is daarom ook wat dat zegt over het draagvlak voor dit soort onderzoek binnen het onderwijsveld.

Reikt dit verder dan taal?

Als leesvaardigheid zo bepalend is voor hoe goed je je kunt redden, ligt het voor de hand dat het ook doorwerkt in andere vakken. Op natuurwetenschappen scoren Nederlandse leerlingen in 2025 ongeveer even goed als in 2022. Op het eerste gezicht lijkt dat stabiel. Maar kijk je binnen het gebied van natuurwetenschappen specifieker naar de competenties die worden getoetst, dan zie je het beeld ineens verschuiven.

Bij het evalueren en gebruiken van informatie, een competentie die vermoedelijk meer op taal- en leesvaardigheid leunt, is het verschil tussen meisjes en jongens significant. Bij andere competenties zien we dat verschil veel minder of niet. "Als je dieper in de data duikt, zie je iets opvallends," zegt Lotte Steen, methodeontwikkelaar bij Faqta. "Jongens en meisjes scoren in 2025 gemiddeld niet significant verschillend op natuurwetenschappen, met 488 voor meisjes en 483 voor jongens. Maar zodra een competentie draait om het evalueren van informatie, scoren meisjes opeens beduidend beter. En dat zijn eigenlijk precies de competenties die meer lees- en taalvaardigheid vragen."

Een bewezen oorzakelijk verband is dit nog niet, maar het laat wel zien hoe ver de impact van leesvaardigheid kan reiken. Onder welke resultaten voor bijvoorbeeld natuurwetenschappelijke vakken verschuilt zich eigenlijk een leesprobleem?

Als school kun je het verschil maken

Dat het probleem groter is dan school en methode, betekent niet dat een school geen verschil kan maken. Uiteraard is goed leesonderwijs een van de belangrijkste factoren. Werk als school structureel en effectief aan goed leesonderwijs, met veel aandacht voor leesmotivatie.

Kritisch leren omgaan met teksten en bronnen hoort daar net zo bij als technisch lezen. Die aanpak sluit ook aan bij de nieuwe kerndoelen voor Nederlands, waarin meer ingezet wordt op betekenisvol en samenhangend taalonderwijs. En vroege signalering van leerlingen die achterblijven blijft onmisbaar, precies omdat interventies tijd nodig hebben om te werken.

Niemand kan dit vraagstuk in zijn eentje oplossen. Ook binnen een school niet, en dat mag best als een opluchting voelen. Maar de keuze voor goed leesonderwijs ligt wel binnen je eigen invloed. Wil je met een onderwijsadviseur van Faqta sparren over waar de kansen liggen voor het leesonderwijs op jouw school? Maak vrijblijvend een afspraak, dan denken we samen na over hoe en waar we het verschil kunnen maken.

Ontdek de thematisch samenhangende methodes van Faqta

Benieuwd hoe je jouw leerlingen uitdaagt om écht kritisch te denken met rijke content? Vraag een zichtzending aan voor Faqta Nederlands en Faqta Wereld.

Vraag jouw gratis zichtzending aan

 

Nog geen reacties

Laat een reactie achter