Toen in 2022 de eerste scholen startten met begrijpend lezen van Faqta, kwam vanuit leerkrachten al snel de vraag of we ook een taalmethode wilden ontwikkelen. Vanuit onze visie op thematisch werken was voor ons meteen helder dat dit een samenhangende methode moest worden die aansloot op wereldoriëntatie. Met onze eigen ervaring voor de klas en onderwijskundige kennis gingen we aan de slag. Maar hoe zorg je ervoor dat een nieuwe methode niet alleen gemakkelijk is om mee les te geven, maar ook zeer effectief?
Voordat we ook maar een schets voor de nieuwe taal- en lezenlessen op papier zetten, hebben we eerst uitgebreid onderzoek gedaan. Wat werkt in de praktijk? En welke inzichten kunnen we uit de onderwijskunde halen? Hierover lees je meer in dit artikel. Tegelijkertijd met het ontwikkelen van Faqta Nederlands gingen ook de kerndoelen voor taal en lezen op de schop. Voor ons als educatieve uitgeverij, én voor scholen, betekent dit dat er in de nabije toekomst een nieuwe werkelijkheid ontstaat wat betreft het taalonderwijs, met als doel de resultaten op het gebied van taal en lezen te verbeteren. Ook daar moesten we mee aan de slag. Het grote voordeel? We konden direct werken aan een toekomstbestendige methode voor taal en lezen.
Binnen ons team van methodeontwikkelaars stellen we onszelf steeds de vraag: zitten we op de goede weg? Aangezien iedereen binnen ons team ook zelf voor de klas heeft gestaan, hadden we natuurlijk onze eigen ideeën over op welke manier we zelf taal- en lezenlessen zouden willen geven. Maar is dat dan ook de juiste aanpak? Om hier zeker van te zijn, zijn we op zoek gegaan naar extern advies.
Sinds begin dit jaar zijn verschillende neerlandici betrokken bij de ontwikkeling van Faqta Nederlands. Een van hen is Judith Kimenai. Zij werkte als docent Nederlands en biologie in het voortgezet onderwijs. Vanuit die ervaring en kennis kijkt zij met ons mee bij het maken van de thema's voor Faqta Nederlands. “Met Lotte samen kijk ik eerst naar de opzet voor ieder thema van Faqta Nederlands”, legt Judith uit.
Bij Faqta maken we al ons lesmateriaal zelf. We schrijven zelf de scripts voor video’s en maken klikplaten voor op het leerplatform. Maar wat we uitleggen moet natuurlijk wel kloppen. Daarom laten we alles controleren. Taalbeschouwing is een van de domeinen waar Judith zich veel mee bezighoudt. Judith: “Ik kijk bijvoorbeeld kritisch naar de grammatica-onderdelen. Klopt de inhoud en is de opbouw van de oefeningen logisch?”
SLO biedt ons als uitgever houvast
In mei 2025 zijn de conceptkerndoelen voor Nederlands door SLO definitief gemaakt; in augustus 2026 zullen deze in de wet worden vastgelegd. De aanpak die we bij Faqta hebben gekozen, sluit aan op deze nieuwe kerndoelen. De verschillende taaldomeinen worden in samenhang gegeven en als basis wordt de kennis van wereldoriëntatie gebruikt. Maar je wil als methodemaker hier wel absoluut zeker van zijn. Daarom hebben we hierover geregeld contact met SLO. Voor ons als uitgever biedt SLO veel houvast. Sluit wat wij met Faqta Nederlands voor ogen hebben goed aan bij die nieuwe kerndoelen?
SLO denkt echt mee met de uitgevers en faciliteert veel. Bijvoorbeeld op de uitgeversmiddag van SLO hebben we veel input op kunnen halen. Als methodeontwikkelaar willen we een brug slaan tussen kerndoelen en de praktijk in de klas. Dat is soms zoeken, maar wel een heel waardevol proces. Aan de hand van de input van SLO kijken we kritisch of het allemaal klopt. Maar het is niet zo dat SLO de verschillende methodes beoordeelt. Een predicaat als ‘Goedgekeurd door SLO’ bestaat immers niet. We stemmen wel af of wat wij doen in lijn is met de nieuwe kerndoelen.
Hoewel de nieuwe kerndoelen veel duidelijkheid bieden, is het niet zo dat je als leerkracht of school aan de hand daarvan eenvoudig een methode kunt beoordelen. Zoals iedere educatieve uitgeverij zeggen wij ook dat onze methode voldoet aan de kerndoelen. Maar hoe die kerndoelen worden ingevuld, kan nogal verschillen. En past dat bij de visie van je school?
Voor ons als uitgever maar vooral voor een school of leerkracht is het lastig oordelen of een methode écht voldoet. Het Kwaliteitskader Leermiddelen Taal, dat onlangs door de PO Raad is uitgebracht, kan daarbij helpen. Dat is een heel handig document om lesmethodes te beoordelen. Tegelijkertijd is het een goed startpunt om met je collega’s te discussiëren over wat je wil als team met je taalonderwijs. Wat is de visie van de school? En hoe wil je taal en lezen in de toekomst vormgeven wanneer alles straks onder de noemer Nederlands gaat vallen?